Roffioelen (Oud Nederlands gebak voor Sinterklaas en Oud en Nieuw


Heel lang hadden we hier een traditie op oudejaarsavond, namelijk het nuttigen van een middeleeuwse maaltijd. Oude gerechten gegeten bij kaarslicht, met een pul bier of een beker wijn en oer-Hollandse gezelligheid.
Bij deze viering van oud naar nieuw werden vroeger ook Roffioelen gegeten. Dit is een typisch Nederlands gebak wat tijdens Sinterklaas of Oud en Nieuw werd gegeten (als toetje).

Thomas van der Noot schreef rondom 1510 in het eerste gedrukte kookboek:

“Om roffioelen van appelen ende van noten te gadere te maken. Neempt appelen ende noten die breect of wrijft wel te ghadere. Neemt dan greyne of ghimber/caneel/ ende potsuykere the ghader minghelt dyt seer wel onder een. Dan maect deech als hier voer gescreven staet. Ende maect daer af een ronde schyve als een taylloore. Dan vult deen hleft vander ronder schiven metter voerseyder spisen. Dan decket mitter ander helicht vander selver ronder schiven. Ende so bacmense int smout tot datse ghenouch sijn. Als sy ghenoegh sijn dan doetmense wte ende men dyentse metten panckoeken int let leste alsmen gheten heeft”.

In Van Soeter Cokene wordt het recept al mooi vertaald naar een wat beter begrijpelijke taal. Maar ook dit gedateerde boekje werkt met wat ouderwetse gewichten. Ik heb ze vertaald naar eenvoudig recept:

Nodig

(voor ongeveer 8 roffioelen)

Vulling:

  • 100 gram gepelde walnoten
  • 100 gram  hazelnoten
  • twee flinke goudrenetten
  • 100 gram poedersuiker*
  • Kardemom, gember of kaneel naar smaak. (de Kardemom maakt dit recept echt speciaal)

Deeg:

  • 400 gram fijne bloem
  • 30 gram gist
  • 250ml melk
  • 6 gram zout

Snijdt de goudrenetten in kleine stukjes en vermeng dit met de fijngemaakte noten, suiker en de kruiden. Maak een gistdeeg van fijne meel : 400 gram fijne bloem, 30 gram gist,  250 ml melk en 6 gram zout. Laat dit een uur afgedekt bij een warmtebron, zoals een kachel, rijzen.
Uit dit deeg kun je 8 grote ronde koeken rollen van 5mm dik met een doorsnee van 15 a 20 cm. De vulling schep je in het deeg en vervolgens vouw je het deeg dubbel met de vulling in het deeg. De randen plak je vast met een klein beetje water. Met je vingers kun je de randen nog even extra aanknijpen.

De roffioelen bak je ongeveer 6 minuten in heet frituurvet*. In het boekje wordt vermeld: “frituurvet waarvan een grijzige damp afslaat”. Dat is ongeveer zo heet als het bakken van oliebollen (180ºC). Het deeg moet in ieder geval zo dik zijn dat het de zware vulling goed moet kunnen dragen.

Laat de Roffioelen uitlekken op papier. Warm zijn ze het allerlekkerst.


*Het gaat hier om een oud middeleeuws recept, waar men nog niet bezig was met de werking van suiker en frituurvet. Bedenk dat mensen een heel andere levensstijl hadden. Wil je dit liever maken met moderne alternatieven, voel je vrij.

Bronnen

  • Van Soeter Cokene (klik)
  • Het eerste Nederlandsche gedrukte kookboek. Brussel 1510 – Thomas van der Noot